TECHNIEKEN

Kappen van baldakijn voor de St. Michielskerk te Brussel ( gotisch gebouw)

Aan de hand van een oud en verweerd origineel, wordt een nieuw baldakijn gekapt in franse witsteen (Massangis Roche Jaune)

Werkwijze: - Het op maat gezaagde stuk steen word afgeschreven a.d.h.v. afmetingen die op het oude stuk werden genomen. Er worden ook sjablonen gemaakt van het lijstwerk in zink en transparant plastiek.

       
Met de grote en kleine haakse slijpmachine worden op constructieve manier grote stukken weggesneden, voor het juist op maat maken wordt er gebruik gemaakt van lichte schuurmachines. Men dient hierbij wel steeds op te letten dat de aftekening niet verloren gaat zolang men die nodig heeft om het stuk te kunnen vervaardigen, dikwijls wordt de tekening dan ook “getrasseerd” d.w.z. met hamer en beitel gekapt of met een krasnaald hertekent. 
       
De plaatsen waar men met de machine niet bij kan worden met de hand uitgehouwen, eerst met hamer en kliefbeitel, daarna volgt de puntbeitel, de tandenbeitel (gradine) en platte of afgeronde vormbeitels.

        

Als alle “steenhouwerij” gedaan is (daarmee word bedoeld: alles dat met een meetlat, passer en sjabloon is op te meten) kan er worden aangevangen met het kappen van de ornamenten.

        
Bij het kappen van ornament en beeldhouwwerk wordt er dikwijls gebruik gemaakt van pneumatische hamers en daarbij behorende beitels. Het ornament wordt “op zicht” (ook taille directe genoemd) gekapt, d.w.z. er wordt niet met een meetsysteem gekopieerd.
De werkwijze van ieder stuk (wanneer het om eenmalige en ingewikkelde steenhouwerij gaat) dient vooraf zeer goed overwogen te worden, omdat fouten, eens ze gekapt zijn, meestal onherstelbaar zijn. Zeer juist afschrijven en nauwkeurig werken zijn onontbeerlijk bij dit soort werk.   

Boven ^


Kappen van een portret in Rosa Aurora (lichtroze fijnkorrelige Portugese marmer)

In dit geval ging het om een opdracht voor een reeks van portreten, waarbij de etnische verscheidenheid bij de Indonesische bevolking duidelijk diende te zijn. Het portret van Rini dat ik later in marmer heb gekapt was er één van.

Werkwijze:

Alvorens we kunnen aanvangen met kappen moeten we natuurlijk eerst een model maken, dit kan in klei of plasticine worden geboetseerd op een stevig metalen frame. Dit boetseren is even belangrijk als het kappen zelf, het boetseerwerk dient alle gegevens te bevatten die nodig zijn om het beeld nadien te kunnen uitvoeren in steen of in een ander materiaal.

Omdat het boetseerwerk op zich moeilijk bewaard en zeer kwetsbaar is, moet men het eerst in een hard materiaal omzetten. Deze techniek noemt men “ afgieten”, hierbij wordt er met plaaster (of rubber, indien men meerdere positieve exemplaren wil bekomen) over het boetseerwerk gegoten. Als de plaaster daarna opstijft kan hij in vooraf bepaalde stukken van de klei worden afgenomen, en bekomt men een negatiefvorm. Deze vorm kan op zijn beurt worden ingegoten met diverse hard wordende materialen,zoals: plaaster, cementmortels, e.a. Ik heb voor dit voorbeeld gekozen voor polyester kunsthars, omdat dit materiaal sterk is en niet vlug beschadigd tijdens het kappen.

 
Nu kunnen we beginnen met de steen. Omdat er bij het maken van een portret meestal een zeer goede gelijkenis wordt vereist, is het aangewezen om een systeem toe te passen waarbij een aantal maten exact kunnen worden bepaald. Hiervoor gebruiken we een “driepuntpasser”.

Drie vaste punten worden bepaald zowel op het voorbeeld als op de steen, aan de passer is er een beweegbare naald die kan worden ingesteld op diepte, en zo een willekeurige punt op het model kan overbrengen op de steen.

 
Op een strategische manier worden er meetpunten bepaald op de steen, dit geeft de beeldhouwer een houvast om de tussenliggende vorm te kunnen kappen.
Bij het kappen wordt er opeenvolgend gebruik gemaakt van diverse beitels en hamers: met een zware moker en kliefbeitel worden grote stukken afgekliefd, dan worden er vlakken en vormen aangezet met de moker en de stalen puntbeitel, daarna wordt de vorm fijngehakt met de luchtdrukhamer en de met wydia (tungsten) ingezette tandbeitels,platte en ronde beitels (die dikwijls naar behoefte op vorm worden geslepen).
 
Het uiteindelijke afwerken gebeurd met schuurpapier (met diamant bezette velletjes),en met fijne carborundum schuursteentjes (wil men polijsten dan kan dat met een speciale steenwas geboend worden)

Dit oogt allemaal zeer technisch, en voor een groot deel is dat ook zo. Beeldhouwen is echter veel meer dan techniek, de zoektocht naar de juiste vorm dewelke het karakter in een gezicht bepaald, de keuze van het materiaal voor de uitvoering en het bepalen van de juiste afwerking is meer dan de som der onderdelen, of technische kennis.
 

Boven ^


Het bronsgieten (in zeer primitieve omstandigheden) van een portret.

Dit vereist toch een woordje uitleg: Deze bezigheid speelde zich af op Java (Indonesië) 1984, het is dan ook geen referentie voor hoe er hier en nu wordt gewerkt, de omstandigheden waren zeer gevaarlijk en ongezond, p.s. probeer dit vooral niet thuis. De basiswerkwijze is wel dezelfde als hier in België:

    In de eerste foto zie je een afgewerkt geboetseerd portret in klei van Bebi Naingolan (origine, Batak-Sumatra).


Bebi Naingolan

        Het bronsgieten is een zeer technische aangelegenheid,waarbij enkel het afwerken enige artistieke vrijheid toelaat.
Het eerste dat we doen is een negatief maken in vloeibaar siliconenrubber, deze is te verwerken volgens de beschrijving van de fabrikant, en het is raadzaam dit nauwkeurig op te volgen.

        Op de rubber maakt men dan een steunmal in polyester (een thermo- hardende 3 componenten kunsthars) die uit verschillende delen bestaat, en dient om na het losmaken van de mal, de rubber negatief terug op zijn plaats te kunnen brengen.

De nu verkregen holle mal kan dan met vloeibare was worden gevuld, tegen de rubber koelt de was snel af.
Als er zich een laag heeft gevormd van 4 a.5 mm, kan men de overtollige was uitgieten. In de holte die ontstaat wordt dan een vuurvaste kern gegoten van gips en porfier.
 Eens de mal is weggenomen, kan men op het wassen beeld staafjes (eveneens in was) aanbrengen die ervoor dienen om later, na het uitstoken van de was, het vloeibare brons gelijkmatig over het beeld te verdelen. Ook zijn er kanalen nodig om gassen die tijdens het gieten ontstaan, af te voeren. De kern in het beeld word op zijn plaats gehouden door enkele nagels.
Het geheel wordt dan ingepakt in hetzelfde vuurbestendige materiaal van waaruit de kern werd vervaardigd. Er wordt nu ook een trechter voorzien om het brons in te storten. Een laatste afwerking van de mal is het aanbrengen van een metalen versterkingsnet.
De mal is nu gereed om te worden uitgestookt, de temperatuur in de oven wordt hierbij zéér traag opgevoerd tot de oven binnenin roodgloeiend staat. Als alle gassen en vocht uit de mal zijn gestookt, en de oven is afgekoeld, kan de mal worden uitgenomen en in zand worden ingebed. Alles is dan klaar voor het gieten.
 
De smeltkroes (uit grafiet vervaardigd) wordt in de reeds brandende kolen geplaatst, als een wassen kaars smelt het brons in de kroes. Eens het brons vloeibaar is worden onreinheden die nu boven drijven gebonden met glas en borax en van het brons verwijderd.
Met een grote tang wordt de kroes met het vloeibare brons (c.a. 1100° C) uit de gloeiende kolen en in de “lummel” geplaatst, dan wordt er zonder onderbreking brons in de mal gegoten tot deze volledig is gevuld. Dit moet allemaal heel snel gebeuren, en zonder fouten te maken!


 
De volgende dag kan de mal en de kern van het beeld worden verwijderd, ook de kanalen die met brons gevuld zijn worden er afgehaald, het beeld wordt dan gekuist en geborsteld,ook de kernnagels worden verwijderd en bronzen tappen nemen nu hun plaats in. Fouten kunnen worden bijgewerkt d.m.v. ciseleren met hamers en ponsen.


 
Het beeld wordt dan opgewarmd en met zuren behandeld waardoor het oxideert en zijn uiteindelijke kleur bekomt waarna het met water wordt gespoeld en met een waslaag word bedekt om het geheel te verzegelen.
Bronsgieten is een intensief beroep dat zeer veel ervaring en handigheid vereist, het artistieke aspect is ondergeschikt aan het technische, doch beiden zijn onontbeerlijk om een kwalitatief resultaat te bekomen.

 

Boven ^


Het afgieten van een plaasteren beeld

Als een ontwerp in klei of plasticine rond een metalen armatuur is geboetseerd, dan kan het noodzakelijk zijn om het beeld in een hard en tijdsbestendig materiaal te reproduceren, dit gebeurt meestal d.m.v. een mal maken (negatief), waarin het beeld (positief) wordt gegoten. De mal wordt nadien van het harde beeld verwijderd. Negatieven en positieven kunnen in diverse materialen zoals: plaaster, polyester, siliconenrubber, porselein, brons, enz… worden vervaardigd. In dit geval spreken we over een klein beeld, dat in twee helften kan worden gegoten (vb: een portetbuste). Het materiaal waarin we gieten is plaaster, zowel voor het maken van de mal als voor het beeld. Het is het eenvoudigste en goedkoopste procédé, en heeft in hetverleden zijn diensten reeds bewezen voor het produceren van afgewerkte kunstwerken, of als model voor het in steen en hout kappen. Ook bronzen beelden worden dikwijls naar een plaasteren model gereproduceerd.

werkwijze:


 

- Koperlatoen of zeer dunne aluminiumplaat in repen snijden van 2,5 cm. Deze repen kunnen daarna in bruikbare lengte worden geknipt (3 tot 10 cm ). Vervolgens worden deze met paraffineolie ingeolied, en worden daarna elkaar overlappend in het beeld gestoken, zodat ze het beeld in 2 verdelen zonder al te veel details te doorsnijden. Een drietal sleutels (in V-vorm geplooide plaatjes) worden op regelmatige afstand van elkaar ingebracht. Belangrijk is ook ervoor op te letten dat een van de twee helften gemakkelijk lossend zal zijn (meestal de achterkant van het beeld). De plaatjes kunnen daar waar ze te ver uitsteken worden bijgeknipt zodanig dat een regelmatig glooiende rand wordt bekomen, waar de plaatjes open staan kan men deze met een kleibolletje bijeen brengen.
- Alles wordt nu in gereedheid gebracht voor het afgieten, wat niet mag worden bespat wordt afgedekt met plastiekfolie. Twee volle emmers water (een voor het gereedschap te reinigen, en de andere voor het aanmaken van plaaster). Het beeld wordt op een draaibare sokkel op borsthoogte geplaatst.
 
Plaaster wordt aangemaakt in een daarvoor geschikte rubberen kom, waarbij men eerst water neemt om er daarna plaaster in te strooien tot deze gelijk komt met het wateroppervlak, dan pas kan men de plaaster omroeren.
De plaaster heeft een vloeibaarheid zoals dunne yoghurt en is bruikbaar om te worden verwerkt.
Spat met de handen de plaaster op het beeld, alle gaatjes moeten goed gevuld zijn (wel moet men hierbij opletten dat men de zachte klei niet kwetst tijdens het spatten met plaaster).

Ook de koper plaatjes mag je nu wit maken. Terwijl deze eerste laag droogt worden de ijzeren staven geknipt en geplooid volgens de vormen van het beeld, langsheen beide zijden van de koper plaatjes en langs de onderkant of sokkel. De ijzers moeten elkaar steeds overlappen en vormen zo een versteking rondom de randen van de malhelften.

(Bij grote malhelften kunnen ook tussenin versterkingen worden aangebracht met ijzer.) Als de eerste laag plaaster begint te drogen maar nog niet volledig hard is, kan een tweede laag plaaster op dezelfde manier worden aangebracht, hierin kan eventueel een kleurpoeder worden aan toegevoegd, hetgeen later het afkappen van de mal vergemakkelijkt.
- Als de tweede laag begint op te stijven kunnen de geplooide ijzers op hun plaats worden aangebracht, hiervoor gebruiken we een spatelbare plaaster (de plaaster wordt iets dikker aangemaakt.).
Nu worden ook de randen (coupe) met spatelbare plaaster dik aangezet tot tegen de ijzers, dit geeft een belangrijke sterkte aan de mal.
  • Vergeet niet regelmatig de houten plank onder je beeld proper te maken met een plamuurmes. Ook de coupe wordt nu tot tegen de plaatjes met een mes afgesneden.
     
  • Een laatste laag plaaster die alles opvult en verbind wordt opgespat, men mag deze ook met de handen aanstrijken op het beeld, tot een regelmatige dikte. De plaaster vormt nu een totale dikte van ongeveer 1cm en aan de randen 2cm.
     
  • Alles wordt nu proper gemaakt.
- Als de plaaster hard is (na minstens 1u) kan de mal worden geopend, men kan eerst op het houten plankje onderaan het beeld lichtjes behameren zodat de plaasteren mal door de trilling loskomt van de plank. Daarna worden spatels of kleine plamuurmessen tussen de twee helften van de mal geduwd, zodat deze van elkaar scheiden, door voorzichtig te wrikken komt de achterste helft los.
- Nu kunnen de koperplaatjes verwijderd worden, en ook de klei moet nu uit de andere malhelft worden gehaald, dit kan met een mirette (lusvormige staaldraad die aan een handvat is bevestigd). Men moet hierbij wel attent zijn dat men plaasterdeeltjes steeds uit de klei verwijderd, bij het uithalen van de klei moet men er ook voor opletten dat men de binnenkant van de mal niet beschadigd. De klosjes die vastzitten aan de metalen armatuur, kunnen met een tang worden losgeknipt. Als de armatuur volledig vrij komt kan men de mal voorzichtig wegnemen, zodanig dat men nu met een houten boetseerstokje de resterende klei uit de mal kan verwijderen.
- Eens de mal volledig van de klei is ontdaan kan men de twee helften uitwassen met zeep (gebruik hiervoor vloeibare bruine zeep met lijnolie). We gaan nu eerst voldoende jutte knippen in rechthoekjes van 10 cm op 15 cm en ook een 4 tal lange repen van 50 cm, ongeveer 1 m² wordt er in totaal versneden.
- De mal wordt nu geprepareerd voor het ingieten, vooreerst moeten we een afstotende laag aanbrengen hiervoor gebruiken we paraffineolie, in een verhouding van 1 op 1 gemengd met de vloeibare zeep van daarnet. Deze brengen we met een borstel overvloedig aan in de mal en ook op de coupe, een 10 min laten intrekken en dan uitoliën (dit is de overtollige olie met een steeds opnieuw uitgenepen borstel weghalen). De malhelften zijn nu gereed om ingegoten te worden
.
 
- We gaan nu een kom dunne plaaster aanmaken die we in een van de malhelften ingieten, we draaien met de mal zodanig dat het grootste delen van de mal met plaaster is bedekt, de rest gieten we uit in de andere malhelft.  De plaatsen waar nog geen plaaster zit worden nu al spattend opgevuld, waarbij we voorzichtig zijn om niet te veel op de coupe te morsen.
- Voor de eerste laag hard is wordt er een tweede laag plaaster op dezelfde manier aangebracht. Als ook de tweede laag begint op te stijven kan opnieuw plaaster worden aangemaakt, ditmaal gebruiken we de plaaster om er de lapjes jutte een voor een in te drenken, en elkaar overlappend aan te brengen in de mal. Hierbij dienen we ervoor op te letten dat we geen jutte over de coupe aanbrengen.
- Nu moeten we de overtollige plaaster op de coupe voorzichtig en nauwkeurig afsteken met een scherpe spatel of mes, zodanig dat de twee malhelften weer precies op elkaar aansluiten. Als dat het geval is kunnen ze met een rekker (een oude binnenband van een fiets) worden samengebonden. Aan de buitenkant kan men zien of de malhelften mooi op elkaar aansluiten.
- De naad die binnenin is ontstaan door de helften op elkaar te plaatsen moet nu met plaaster worden ingegoten, na het opstijven van de plaaster worden lange repen jutte die in plaaster zijn gedrenkt, in de naad aangebracht, hierbij gebruikt men een gebogen borstel (radiatorborstel). De onderrand waar het beeld op draagt wordt nu ook binnenin met een lange reep jutte verstevigd, daarna kan de rand zelf, met een spatel worden ontdaan van de plaaster die erop zit. Eens dat is gedaan kan de onderrand met dikke plaaster worden aangezet zodanig dat hij mooi vlak is. Het beeld is nu gegoten. 
- De mal dient nu van het beeld te worden verwijderd, dit wordt al kappend gedaan met stalen hamer (500 gr) en stalen steenbeitel (15 mm). Eerst worden de ijzers zichtbaar gemaakt alvorens ze worden losgekapt, het laatst opgeplaasterde ijzer wordt nu het eerste verwijderd. Als alle ijzers zijn losgemaakt kan men de rest van de mal met kleine stukjes voorzichtig afkappen ( de gekleurde schriklaag waarschuwt ons wanneer we het beeld bijna raken). Bij het afkappen houden we de beitel haaks op het beeld, eerst worden de grote vormen losgemaakt, daarna pas de details. De resterende maldeeltjes kunnen met een fijne spatel worden losgepeuterd, ook de naad kan nu worden bijgewerkt met een spatel of mes. Alles wordt nu opgekuist en proper gemaakt ook het gereedschap wordt goed gereinigd en ingeolied (plaaster laat het metalen gereedschap zeer snel roesten).
Reparaties:

En die zijn er altijd, putten kunnen met zeer dunne plaaster worden opgevuld. Of wanneer er een neus of oor is afgebroken kan deze met witte houtlijm er opnieuw worden aangekleefd en, achteraf als de lijm sterk is, worden opgewerkt met plaaster.

Benodigdheden:

- dunne koper plaat (koperlatoen) of aluminiumplaat 0,2 mm
(te verkrijgen bij een off-set drukker)
- plaaster Molda 3 bis (te koop bij handel in bouwmaterialen)
- boetseerstoel of draaisokkel
- ijzeren staven 6 mm, staal 37, rond of vierkant (metaalhandel)
- soepele mengkom in rubber
- paraffineolie
- lijnoliezeep (schuurzeep)
- grove jute
- schaar
- oude fietsband (in lange repen gesneden)
- houten boetseerstokjes
- grote mirette
- metalen spatels (diverse)
- plamuurmessen (set van 3 stuks, verschillende breedte)
- mes (aardappelmesje en broodmes)
- stalen steenbeitel (15 mm)
- stalen hamer ( 500 gr)
- plasticfolie of ander beschermmateriaal
- kleurpigment (te koop in drogisterij of winkel van teken en schilder benodigdheden)
- 2 emmers (plastiek)
- verfborstel (3 cm)
- radiatorborstel (3 cm)

Boven ^